Nieuwsbrief 11 - Wie maakt de wijksoep vandaag? Harry Simmers vertelt over zijn wijk Jeruzalem

11 juli 2019

Wijksoep Annie Harry Ine Jan

Wijksoep Annie Harry Ine Jan

Jeruzalem is de laatste jaren van gezicht en samenstelling veranderd. Sinds een paar maanden is het nieuwe buurthuis open, activiteiten kwamen opnieuw tot leven, hier kwam ook een overheidspotje voor, de huizen werden gerenoveerd, oude flats werden vervangen door nieuwe en er kwamen nieuwe mensen in de buurt te wonen.

Het Tilburgse Jeruzalem: Witte vierkante huisjes, mensen die hier al lang wonen, een veelkleurigheid van bewoners, bijstandsuitkeringen en armoede. Maar dat is slechts een eenzijdig en beperkt beeld van de wijk, een sleets geraakt plaatje. Zo vindt Harry Simmers, vijftiger, die de wijk van binnenuit kent en eraan verknocht is. Hij wil graag andere kanten van de wijk laten zien.


Jeruzalem kent bijvoorbeeld een sterke saamhorigheid tussen mensen. ‘Wij zijn volgens mij de enige buurt van Tilburg die een eigen lied heeft’, denkt Harry Simmers. Een docent van buiten de wijk kwam met het idee. Uit de buurt waren een tekstschrijver, muzikanten en kinderen betrokken. Hij vertelt het met trots. Hij wil er maar mee zeggen: negatieve verhalen over de wijk zijn er al genoeg, zoals een half jaar geleden nog het artikel in NRC Handelsblad, waarin buurtbewoners zich beklaagden over het weinige geld dat ze hebben, de woningbouwvereniging en de gemeente. ‘Ach, de wijk is vanuit één gezichtspunt, vanuit een negatieve focus, beschreven. Terwijl de wijk heel veel goeds in zich heeft’.


Verbondenheid in de wijk


Harry heeft een totaal andere kijk op het geheel. Ter illustratie. ‘Jeruzalem Kookt’ bestaat al lang maar is tegenwoordig een wijklunch die maandelijks plaatsvindt in het buurthuis. Bewoners kunnen er voor een luttel bedrag aan deelnemen. Regelmatig schuiven de wijkagent, de omgevingsmanager, medewerker van woningbouwcorporatie Tiwos aan. Dat werkt goed, meent hij. ‘Daar wordt op een positieve manier verteld over wat er speelt in de wijk, wat er goed gaat en wat er niet goed gaat. Het werkt beter dan een vergadering waar je alleen de negatieve punten hoort’. Daar wil Harry vanaf. En ja, hij weet dat de wijk te boek staat als de slechtste en armste van de provincie sinds een onderzoek van een paar jaar geleden. Maar dat werpt hij van zich af. Hij wil de positieve punten van zijn buurt benoemen en uitdragen. ‘Ik heb tegen de mensen van de gemeente gezegd, stop met het steeds benoemen van de negatieve zaken van de wijk. Noem het goede en ga met een positief geluid de straten hier in. Met een negatief uitgangspunt de mensen tegemoet treden, daar bereik je niks mee’.


De bedoeling is om ‘Jeruzalem Kookt’ om te vormen tot een driegangen-diner waarbij de Pollepel en Resto Van Harte voorbeelden zijn. De geheel nieuwe keuken in het buurthuis is hierop ingericht. Een groep van vrijwilligers uit de buurt is al bij deze initiatieven gaan kijken om ervan te leren. Samen met Jacoline Pijl, de opbouwwerkster van Jeruzalem, werd actief gezocht naar iemand die de kar van ‘Jeruzalem Kookt’ wil trekken. Curd wierp zich hiervoor op. Hij geeft kookles bij het ROC en is woonachtig in het nieuwe gedeelte van de wijk. En na de zomer is het zover, dan gaat het 1 maal per maand plaatsvinden, vertelt Harry met trots. Hij schat in dat er zo’n 40 personen per keer zullen aanschuiven.


Onkruid wieden

De verbondenheid tussen de mensen is groot. Harry: ‘Het samendoen en het samen willen doen is eigen aan Jeruzalem. Het is hier gezellig en dat zeggen de nieuwe buurtbewoners ook’. Typisch voor deze buurt is ook: nieuwe initiatieven komen van onderop en zijn niet per se aangezwengeld door de professionals die er werken. ‘Het komt uit de mensen zelf’. Hij noemt zijn buurman, nieuw in de wijk, die het afvalteam startte. In korte tijd sloten zich anderen bij hem aan. Of een ander voorbeeld: Toen met de renovatie van het buurthuis de activiteiten in het slop waren geraakt, kwamen er uit de werkgroep van Harry gelijk ideeën naar boven ‘om er nieuw leven in te krijgen’. Door die ‘alle hens aan dek’- mentaliteit is dat inmiddels gelukt: de wijksoep en de buurtbios, eenmalig bedoeld, zijn door het succes vaste waarden geworden. Een wijze raad van Harry: ‘de continuïteit is belangrijk. Als een activiteit soms wel en soms niet doorgaat dan haken mensen uiteindelijk helemaal af’.


Harry is van huis uit kok, had er een betaalde baan in, maar kan deze door omstandigheden niet meer uitvoeren. Mensen hier weten hem bijvoorbeeld om zijn kooktalenten te vinden. Zo is hij nauw betrokken geraakt bij de wijksoep die begin dit jaar gestart is in het buurthuis. Voor nog geen euro kun je een kop soep krijgen die door een medebewoner is gemaakt. Elke maandag kookt iemand anders de soep. Harry fungeert als achtervang. Inmiddels komen er elke week zo’n 30 liefhebbers op af. Zoals Ine en Jan die in april dit jaar hun woonplaats Goirle verruilden voor de wijk Jeruzalem. ‘We schuiven wekelijks aan om de mensen hier te leren kennen’, vertelt Ine. Ze zijn betrokken geraakt in de wijk. Haar man Jan verzorgt sinds kort de voortuin van het buurthuis: ‘Ik wied alleen het onkruid’.


Welkomstkaart


De wijk veranderde de laatste tien jaar van gezicht. Tiwos besloot de oude grijze blokkendozen van huizen te renoveren - deze werden wit gesausd - en oude flats werden afgebroken en nieuwe kwamen ervoor in de plaats. Projectontwikkelaar Triborgh liet er een flinke strook nieuwe koopwoningen bouwen. Ingeklemd tussen het ‘oude’ Jeruzalem en het Wilhelminakanaal. De samenstelling in de wijk veranderde daarmee, legt Harry Simmers uit. Zowel de opbouwwerkers als bewoners in de wijk, zoals Harry, ijveren ervoor dat het één wijk wordt. ‘Iedereen hoort erbij’.


Druppelsgewijs sluiten de nieuwe buurtbewoners zich aan bij activiteiten zoals bij het afvalteam of de buurtbios. Het is wel goed de mensen te blijven interesseren voor de leuke dingen die de wijk biedt. Daarom wordt er volop geflyerd en is er de Facebookpagina ‘Jeruzalem Organiseert’. Maar het begint met een welkomstkaart. Als de mensen nog maar pril in de buurt wonen, ontvangen ze een welkomstkaart met een uitnodiging voor een kop koffie in het buurthuis. De kaart is ontworpen door een grafisch vormgever uit Jeruzalem en met een handgeschreven boodschap door een andere buurtbewoner. En ja, dat mensen zich aan elkaar verbinden heeft simpelweg tijd nodig en gaat op een natuurlijke manier. Harry weet dat uit eigen ervaring. Na een aantal jaren in verschillende Europese steden te hebben gewoond, kwam hij 25 jaar geleden in de wijk terecht. Van lieverlee leerde hij de wijk door en door kennen en hij wil er nooit meer weg.


‘Het is hier knus’


Activiteiten kunnen ervoor zorgen dat mensen zich aan elkaar verbinden. Dat weten ze in Jeruzalem. Activiteiten kosten geld. Ook dat is een gegeven. Daarom is er sinds enkele maanden het potje van 25.000 euro vanuit het ‘convenant wonen’ dat het mogelijk maakt activiteiten te bekostigen. Hiervan worden betaald de buurtbios en het afvalteam, ‘het A-team’ of het ‘prikteam’ zoals Harry het noemt en de banner voor de garagesale. Om het geld te besteden aan activiteiten die de mensen interesseren worden er pitch-avonden georganiseerd. Mensen vertellen over hun plannen voor de wijk. Onderling worden deze besproken en worden de plannen gekozen die men wil uitvoeren.


Annie die al haar hele leven in de wijk woont, 69 jaar, is net als Harry verknocht aan de wijk. Ze ergert zich wel aan het zwerfafval her en der en aan het onkruid in sommige tuintjes. Toch is dit voor haar maar klein leed. Ze wil van haar levensdagen niet meer weg uit haar wijk Jeruzalem. ‘Mijn man komt uit Riel en opperde onlangs om in het dorp te gaan wonen. Nou, ik denk er niet aan. Ik ga hier niet weg. Het is hier knus’. En de soep heeft haar gesmaakt, zegt ze met een twinkeling haar ogen.